zondag 27 mei 2012

Waar kinderdromen gisten

Beste Brouwer Six,

Je brouwerij, waar jij in 1963 de brouwboeken dichtsloeg, kwam de voorbije weken mooi in het nieuws. En ikzelf ook. Dus dacht ik, na enige aarzeling: niet flauw doen, laat ik maar eens over en voor eigen winkel praten.
Toen jij het brouwen voor bekeken hield, werd het hele complex van de mouterij en de brouwerij St.-Joris   in Reningelst één grote opslag voor alles waar jij mee begaan was: de wielerclub, de brandweer, de tientallen cafés die je in je bezit had en natuurlijk ook je duiven. Vooral die gevederde vrienden lieten niet zo'n aardige sporen achter, tussen het prachtige brouwmateriaal dat stilaan onherkenbaar verkommerde. Keer op keer toen we doorheen de ruïnes dwaalden, veertig jaar later, ontdekten we weer nieuwe koperen kuipen en prachtige ingenieuze instrumenten. Je zou haast weer zin hebben gekregen om er opnieuw te brouwen. Maar dat kon niet meer want je had, met een goedgelovig hart, enkele essentiële elementen, zoals de roerkuip, doorverkocht aan mooipraters die uiteindelijk nooit een druppel most of vlok gist in de buurt van de tuigen zouden laten komen.
Enfin, het noopte ons tot andere toekomstplannen met jouw gebouwen en die hebben we gevonden. Jij had zelf "'kind noch kraai", zoals dat hier heet, maar toch worden kinderen een beetje koning in jouw brouwerij. Ze krijgt zelfs de naam "Kinderbrouwerij". We gaan er voorstellingen maken voor gezinnen met kinderen: muziek, dans, theater, film, tentoonstellingen. De hele site moet een thuis worden voor kinderen en hun ouders, grootouders, ooms en tantes. Ik wed dat volwassen mensen er heel even weer het kind in zich zullen laten boven komen.
En als de homo sapiens ook altijd een beetje een homo ludens is, dan zal die spelende mens zijn hart kunnen ophalen in onze gezinskroeg, waar je samen met iets lekkers in je glas ook een rijk menu aan spelletjes krijgt geserveerd. Heel wat van die spelletjes kregen een eigen Westhoekthema mee. Na de streekgastronomie is er nu ook een streekspelonomie.
Over 32 dagen moet onze Kinderbrouwerij open gaan. De zenuwachtigheid om die deadline houdt me vele uren wakker maar op een zonnige dag als deze, droom ik van een brouwerijkoer vol spelende kinderen, banken en stoelen met monkelende dames en heren die na de eerste schroom te hebben overwonnen, zich onomwonden hebben overgegeven aan de spelletjesdrift en een kransje dorpelingen dat tevreden meesmuilt en denkt: Jef den brouwer, die draait zich nu niet van wrok in zijn graf, nee, die maakt nu een klein vreugedansje in zijn pompeuze grafkelder.

Wim
www.kinderbrouwerij.com

zaterdag 12 mei 2012

Moederdag

Liefste Moeke,

Het moet van de zomer van 1983 geleden zijn dat ik je nog een brief schreef. Dat deden we van op huwelijksreis in Spanje. Om jou en Vake te bedanken voor het mooie trouwfeest en voor alles dat ons had gebracht tot die dag en die beslissing om mekaar die belofte te doen. Het zal straks 15 jaar geleden zijn dat  we jou voor 't laatst kwamen opzoeken voor Moederdag, maar die sterke moeder, die leidersrol die je wel moest opnemen bij ontstentenis van een vader die thuis was, die rol had je al veel vroeger moeten lossen.
Morgen is 't weer moederdag en ik zal ongetwijfeld wel eens aan je denken. Zeker sinds ik bij ons laatste verblijf aan zee in jullie laatste woning, foto's vond van jou als jonge moeder, als bruidje, als verliefde bakvis, als tiener zelfs. Wat was je mollig hè?
Moederdag mag dan door mensen die als bewuste, consuminderende burgers (met altijd dat vleugje cynisme) in het leven staan, worden afgedaan als een commerciële boel en  zo vegen ze het dus op één hoopje met Valentijn en Halloween. Die laatste twee mag je zo van de kalender halen maar één dagje die vrouwen die niet alleen de last van de zwangerschap en de pijn van de verlossing hebben moeten dragen, maar doorgaans ook het meest moeten opdraaien voor alle praktische en opvoedkundige poespas, om maar van het troosten van de kleine en grote verdrietjes te zwijgen, één dagje voor hen is echt niet overbodig. Niet dat vrouwen die zich niet tot het moederschap geroepen voelen, geen bewonderenswaardig leven kunnen leiden, maar als ze wel moeder zijn, doe ik er toch ongelooflijk mijn hoed voor af. Ik ben een vader, niet eens zo'n onverschillige denk ik, maar ik weet hoe onevenwichtig het doorgaans verdeeld is. En daar hebben zelfs nieuwe mannen niet altijd greep op. Een moederhart zit nu eenmaal anders in elkaar.
Wat moeten er veel gebroken zijn, toen, als je hun zonen telt op de dodenakkers van de Westhoek rijdt. Hoe zong Willem het: "Altijd iemands vader, altijd iemands kind." Je zal het maar meemaken dat dat wezentje dat jij met je eigen kracht uit je schoot hebt gebaard, dat wicht dat je voor 99% met jouw bloed en jouw lichaam hebt gekweekt (van dat herenkwakje zal het toch niet komen zeker), dat ze je eigen vrucht in een uniform stoppen en opdracht geven om andere kinderen geboren uit andere moederschoten te gaan afschieten. En als je je eigen kind dan niet meer ziet thuis komen, als die dooie vrucht dan voor eeuwig achterblijft in een ver en vreemd stuk grond, dan kan ik me niet inbeelden dat je daarbij denkt: "If I should die, think only this of me: that there's a corner in a foreign field that is forever England." Laat die onzin maar over aan naïeve, mannelijke dichters die nog niet wisten wat hen te wachten stond. Die nog niet beseften dat ze straks, in dat vreemde land nog zouden huilen om hun... mama.
Dag Moeke, 't was fijn om nog eens met je te praten. De kinders stellen 't goed. Ze komen morgen wel langs, voor moederdag.

je Wim

vrijdag 4 mei 2012

Ave

Liefste Onzevrouwke,

Het is jouw maand, ook al wordt die ingezet door de goddelozen met hun rode vlaggen. Niet helemaal onlogisch want die zoon van je was ook een socialist. Het zat je niet mee met die jongen. Krijg dat als moeder maar eens in de wieg geworpen. En aan die onbevlekte conceptie ervan heb je ook al niet veel plezier beleefd, vermoed ik. Met die vader heb ik het toch wat lastig. Als hij de mens naar zijn evenbeeld heeft geschapen, dan had hij't  beter zo gelaten. Wie schept nu iets waar genen in zitten die Hitlers, Stalins en Breivikken kan voortbrengen?
Maar met jou heb ik wel iets. 't Is te zeggen, ik heb met je te doen. Je leven wordt wel eens in "zeven smarten" samengevat en ik durf geloven dat in jouw biografie meer smart dan luim te vinden was. Is het daarom dat precies jij de grote troostbrenger in troosteloze dagen was en bent? Ik reed van de week nog door Klerken waar ze na de Eerste Wereldoorlog een Lourdesgrot met jouw beeltenis bouwden boven op een Duitse bunker. Je vertrapt er als het ware, met blote voeten, de oorlogswaanzin die de hele omgeving naar de verdommenis hielp. Ik was niet zo lang geleden in Lourdes, het echte Lourdes. Wat een menselijke ellende vind je daar samen, bijgod! Je kan het intriest noemen, volksverlakkerij. Maar vreemd genoeg vond ik er alleen maar blije mensen, hoopvolle mensen, of mensen die hun lot aanvaardden. Enfin, mensen die troost hadden gevonden. Dat is pas miraculeus...
Ons ouderlijk huis stond afgeladen vol beeltenissen van jou. Moeke koesterde ze allemaal. Wij hebben er zowaar ook vier. Of nee vijf, want er zit nog een Michelangeloreplica in de tuinmuur.  Op zondagmorgen kon ons vader de trap afkomen terwijl hij uit volle borst "Liefde gaf u duizend namen" zong. En op zaterdagavond moesten wij naar het kapelletje op de Zevekote om de paternoster af te dreunen. Hoe saai kan je 't bedenken, maar wat een aparte sfeer van verbondenheid voelden we toen. Ze zijn haast allemaal dood, de dibben en trutten (zo noemden we ze) die rondom ons stonden in dat kapelletje.
Zie je, onzevrouwke, het komt toch altijd weer bij dat fundamentele gevoel van melancholie, die komt, des avonds, voor het slapen gaan... Hier in de Westhoek word ik letterlijk nog op elke hoek van de straat herinnerd aan dat vrouwke dat zo aanwezig was in mijn jeugd. Nostalgie, het schijnt not done in deze twittertijden. Maar ik val er nu eenmaal aan ten prooi. En helemaal als 't zo'n strontweer is in de meimaand. Vroeger, ha, vroeger was 't altijd mooi weer... Troosteloos weer is 't nu en dan geeft het gemijmer aan hoe jij steeds weer opduikt in mooie herinneringen mij, jawel, troost.

Geniet van je maand,

Wim

zaterdag 28 april 2012

Een kleine AB

Beste meisje met de zware bril,

Ik ken je niet, maar ik schat dat je zestien of wat bent. Ik zag je tussen honderden leeftijdsgenoten, gisterenavond. Die ouwe kale man die niet veel verder kwam dan de entree, dat was ik. Rondom mij zelfs mannen in pak, met stropdas. Politici. Fiere mannen. En hun vrouwelijke collega's, in vrolijke jurkjes straalden ook. Eentje glom zelfs, terecht. Maar jij en je leeftijdsgenoten keken misschien wat vreemd op van die ouwe of stijve kerels, maar jullie glunderden ook wel.
Het tafereeltje speelde zich af bij de opening van het gloednieuwe Jeugdcentrum in hartje Poperinge. Na een jaar in de diaspora kan de Poperingse jeugd eindelijk weer fuiven op een steenworp van de Grote Markt, op de rand van het stadspark. En het mag gezegd, het is een schitterend complex. Niet dat ik nog een vaak gesignaleerd fuifbeest ben maar ik ken toch de trieste aanblik van betonnen platenkoten, veredelde hangars en andere treurige krochten die ze dan maar "fuifzaal" noemen. 't Is voor de jeugd, 't zal dus toch naar de verdommenis worden geholpen, schijnt de redenering daarachter te zijn. Niet dus in Poperinge. "Een kleine AB" noemde die glimmende schepen het. Enfin, ze schreeuwde het terwijl Customs door de zaal scheurden. Elke vergelijking loopt mank, maar het minste wat je kan zeggen is dat de stad de jeugd hier au sérieux neemt.
En dat in de Westhoek, die elke dag, nee, zeg vooral elke julimaand, al een halve eeuw lang, weer moet vechten tegen de zogenaamde braindrain. Talentrijke, geëngageerde, intelligente jonge kerels en meiden die na studies in Kortrijk, Leuven of Gent de weg niet meer terugvinden naar de Westhoek. Ook die zag ik in grote getale rondlopen gisterenavond. Die flamboyante, knappe Poperingse twintigers die nu het leger van 50.000 Gentse West-Vlamingen versterken. Zelfs een fantastisch Jeugdcentrum zal daar niet aan verhelpen. Je moet al die jonge gasten met universitaire, artistieke of andere hogeschooldiploma's op zak ook een leven kunnen bieden. Brood op de plank! Liefst met gelei of Nutella. Ik zie ze met lede ogen vertrekken, die talentrijke muzikanten, toneelspelers en tekenaars uit de Kunstacademie, die tappers van het Jeugdhuis, enfin, mijn eigen kinderen zelfs. Zo'n Jeugdcentrum zal ze hopelijk nog wat vaker terug naar de huisstede lokken maar er zijn metrostellen vanuit Rijsel of HSTtreinen uit Gent nodig, liefst gratis, om ze hier ook op een blauwe maandagavond nog te houden.
Maar niet triest zijn, nu. Even genieten, nu. En waar ligt die Perdolan? Had jij die ook van doen, vanmorgen, meisje met de zware bril. Amuseer je vanavond. Ik kan daar niet meer tegen, twee dagen na elkaar.

Wim

vrijdag 20 april 2012

Helden?

Beste euh...,
Zondag is het Erfgoeddag in Vlaanderen met als thema "Helden". Het is natuurlijk een prachtig thema. De wereld heeft helden nodig, blijkbaar. Daarvoor zijn prijzen bedacht. Nobelprijzen en prijzen voor de mooiste snotvink. En sinds de uitvinding van de reality show en de dictatuur van de human interest in de journalistiek is iedereen wel eens de held van de dag. "We could be heroes, just for one day", zong David Bowie in de jaren '70 en toen vonden  we dat nog straf. Bowie was toen een beetje onze held. Dat moest als je aan de universiteit zat. Want Bowie was artistiek en hij zong Bertolt Brecht. Ja, heldhaftig hoor!
Hier en daar zal ten lande de lokale grootste held worden verkozen naar aanleiding van Erfgoeddag. Daar komen best leuke verhalen en figuren door naar boven. En hoe minder ze aan het cliché van dé held beantwoorden, hoe leuker de verhalen zijn. Want geef toe, zo'n perfecte helden als Asterix of Kuifje, daar word je behoorlijk moe van, als onvolmaakt mens.
Komt erbij dat hier in de Westhoek het woord "Helden" ook een vreselijke bijklank krijgt. In haast elk dorp vind je 't woord terug op het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog: "Aan onze Helden - A nos héros". Ik heb ondertussen net iets te veel dagboeken, brieven en getuigenissen gelezen van soldaten en burgers die er middenin zaten en ik heb weinig heldhaftigs gelezen. In tegendeel. Gasten die de held wilden uithangen, brachten hun maten alleen maar in gevaar. Ik hoor het Jerome Monkerhey uit Vlamertinge nog zeggen: "Er zijn oudstrijders die zeggen: ik heb dat gedaan en ik heb dit gedaan. Ik geloof er niks van. Je hield je kalm en hoe minder jij schoot, hoe minder zij terugschoten. Ik was geen oorlogsman. Ik ben nooit gestraft geweest, maar ik heb nooit meer gedaan dan ik moest." En dan spreekt hij dan zinnetje uit dat pure poëzie is: "Wij hadden een hazenleven, met dat verschil dat de jacht op ons heel 't jaar open was en op de hazen maar een paar maanden..."
Ik wilde deze brief richten tot mijn held. Maar nee, laat Erfgoeddag maar een paar interessante figuren even portretteren maar je hoeft er echt geen helden van te maken. Als ik door de Westhoek rij en ik tel de zerken, dan heb ik snel mijn bekomst van helden.
Wim

zondag 8 april 2012

De laatste Dubliner

Beste Barney McKenna,
Je hebt deze stralende Paasochtend niet gehaald. Je bent ineen gestuikt bij 't nippen aan een kop koffie, 's ochtends. Dat is bijna ironisch voor wie hield van de nacht en de Ierse whiskey als de beste maaltijd beschouwde.
Ik heb je leren kennen als kind. Mijn oudste broer bracht een LP mee van The Dubliners, jullie debuutplaat, waarop jullie speelden in de oorspronkelijke bezetting: Ronnie Drew, Ciaran Bourke, Luke Kelly en jijzelf op de banjo. Het was de allereerste folkplaat die bij ons thuis binnen kwam. En het zou nog een jaar of zeven duren voor de tweede kwam, via mijn andere broer die The Chieftains had ontdekt. Daarna was het hek van de dam. Mijn eerste folkplaat was er ook één van jullie: Live at Montreux, uit 1974. Daarop stond dat magistrale lied "The town that I loved so well", wat een fantastische zanger was die Luke Kelly toch. En natuurlijk ook jouw bravourestuk: "The Mason's Apron", waarin je met je banjo een duel aangaat met de fiddle van John Sheahan.
Het was die allereerste plaat, uit 1964, die mij dik tien jaar later in Dranouter zou brengen, in folkkroeg "De Zon". Het waren de gloriejaren voor de folk in Vlaanderen, Frankrijk en Groot-Brittannië. En die waren, tot spijt van wie 't benijdt, door jullie voorbereid vanuit Ierland. Waren jullie met "Seven drunken nights" en "Whiskey in the jar" niet in Top of the Pops beland, naast The Beatles (!), dan zou de folkrevival het gegarandeerd een stuk lastiger hebben gehad. Zelfs de toen veruit populairste groep in Vlaanderen, Rum, heeft alles aan jullie te danken. Het was een optreden van The Dubliners in de Alma in Leuven die Wiet van de Leest, Dirk Van Esbroeck en Paul Rans er uiteindelijk toe overhaalde om zelf een groep te stichten. Als bedankje zetten ze een vertaling van die andere Dublinersklassieker, "The Black Velvet Band" op hun eerste LP.
Enfin om maar te zeggen, beste en diepbetreurde Barney, zonder jou en je maten was folkkroeg "De Zon" er misschien nooit gekomen en was Alfred den Ouden ook nooit op dat gekke idee gekomen om een folkfestival te organiseren. En de cirkel was helemaal rond toen jij in 1984 op het podium van dat festival stond. Ik heb je toen gezien en daarom schrijf ik je, vanuit de Vlaamse Westhoek, een afscheidsbrief. Want de zuidkant van die Westhoek zou er ook wat stiller en anoniemer bij hebben gelegen was er dat festival niet geweest. Dranouter is niet zozeer een plaatsnaam dan wel een merknaam. Het staat voor muziek, akoestische muziek, muziek met wortels, muziek die iets meer wil vertellen dan zomaar klinken. Zie je, eigenlijk haalde jij, zonder dat te beseffen, dat onooglijke gat van tussen de plooi tussen Kemmel- en Ravelsberg. Een bedankje is wel op zijn plaats. Merci Barney en bij de eerstvolgende Guinness die ik in 't Folk in Dranouter drink, klink ik op jou. Slainte,
Wim
PS: Op 8tracks maakte ik een afspeellijstje ter uwer ere (zie link rechts boven)

dinsdag 3 april 2012

Pleidooi voor onnuttigheid

Beste Fons Leroy,

Als opperpief van de VDAB stelde u: "De maatschappij tolereert niet langer dat ze moet betalen voor iemand die een studiekeuze maakt waarvoor op de arbeidsmarkt geen vraag is." U had daarbij onder andere de studie der letteren in gedachten. Aan nog meer verwerpelijk tuig dat die letteren niet eens bestudeert maar, godbetert, zelf bedrijft, kunstenaars dus, daar durft u allicht zelfs niet aan denken.
Als linguist en achter mijn uren ook een beetje schrijvelaar ben ik behoorlijk ondersteboven van uw stelling. Ik vind ze zelfs een beetje onwelvoeglijk om niet te zeggen gevaarlijk. De volgende stap is dan allicht dat u, samen met enkele andere hoge piefen, telt hoeveel van elk nuttig soort mensen u nodig hebt de komende jaren en dat u die potentiëlen van de middelbare scholen plukt en in de gepaste studie of op de gepaste werkvloer dropt. Daar was vroeger een naam voor: planeconomie en ze werd bedreven door communisten, een soort waarmee u zich allicht niet wil associëren, meneer Leroy?
Wat heb ik genoten van essayist Marc Reugebrink die u lik op stuk gaf in het programma Joos op Radio 1. Jawel, meneer Leroy, weet u dat er mensen worden betaald om zomaar wat radio te maken. Erreg hè! Reugebrink pleitte voor het koesteren van onnuttigheid en daar hoort kunst natuurlijk bij. En in die kunst pleit hij voor "Slow Art", want zelfs in de kunst is het mercantiele binnengeslopen met hapklare brokjes light kunstigheid. In "Slow Art" mag het ook al eens wat trager doordringen.
En kijk, dat, meneer Leroy, brengt mij terug bij de Westhoek. Wij houden hier namelijk van enige traagheid. Buurman-streepje-sterrenchef Kobe Desramault serveert slow food, we houden van trage wegen en proberen nog eens stil te staan bij de pracht van een paars tapijt boshyacinten, de trage vlucht van een reiger, de sierlijke vlucht van de helikoptertjes uit een els. Al die schoonheid moesten de frontsoldaten danig missen aan het front van de Grote Oorlog en toen beseften ze 't: alleen schoonheid brengt troost. Dat zei Ivor Gurney en omdat hij die niet vond in de buurt van zijn loopgraaf, schiep hij die schoonheid maar zelf. Hij schreef prachtige gedichten.
U hoeft ze niet te lezen, meneer Leroy, maar laat ze ons gewoon prevelen, zingen, ja, zelfs bestuderen, tegen de snelheid van het licht, van een glimwormpje...
Volstrekt onnutige groeten,

Wim