zondag 11 november 2012

Alles in de wind

Beste Ada, Richard jr, Edith en Herbert,

Op een dag als vandaag, 11 november, moet ik wel iets schrijven over die oorlog van nu bijna 100 jaar geleden. Ongetwijfeld zullen er veel nationale hymnes hebben weerklonken in Ieper, Brussel, London en Parijs. Er zullen kransen zijn neergelegd, minuten stilte gehouden en medailles zullen gedanst hebben op uniformen. Ik heb er allemaal niets mee, met dat uiterlijk vertoon dat toch altijd wat moeilijk het evenwicht weet te houden tussen deemoedig eerbetoon en verheerlijking van het heldendom, tussen internationale verzoening en nationalistisch vendelgezwaai. Ik laat het maar gebeuren, maar ik moest vanmorgen aan jullie denken. Ik denk niet dat één van jullie nog leeft. Ada werd geboren in 1904, Richard een jaar later, Edith was van de zomer 1912 en de kleine Herbert van 13 juli 1914. 27 dagen later werd jullie vader, Richard sr,  opgeroepen en tegen eind augustus zou hij al in Vlaanderen arriveren. Heel even leek hij geluk te hebben: een kleine verwonding die hem een blighty bezorgde. Van oktober '14 tot maart '15 was hij thuis. Kleine Herbert was nog altijd geen jaar oud als zijn daddy opnieuw naar Flanders' Fields moest komen op 17 maart. Nog geen twee maanden later zou hij voor eeuwig rust vinden in mijn dorp: Reningelst.
De kinderen van Reningelst, zij die nog niet door de pastoor waren aangemaand om naar de schoolkolonies in Frankrijk te trekken, moeten jullie pa hebben zien liggen. Hij en zijn maats, tientallen, lagen in een lange rij in de weide langs de kerkhofmuur. Als je op het dorpsplein stond kon je ze horen snakken naar adem en met schorre stem schreeuwen om water. Kinderen van Reningelst hebben zijn verbrande, uitpuilende ogen gezien, hebben het schuim op zijn lippen zien staan, hebben de dokter gezien die de hele rij afging om hen een strichninespuit te geven. Op 2 mei 1915 brachten Britse legerlorries de slachtoffers van de gasaanvallen bij Hill 60 binnen in het dorp. En drie dagen later een tweede lading. Toen was jullie dad erbij. In de negen oorlogsmaanden daarvoor zouden er in het dorp hoop en al vier soldaten worden begraven. En dan plots 13 en nog eens 11. Het dorp zou nooit meer hetzelfde zijn als voorheen. De oorlog had het voor goed veranderd. De kleine begraafplaats langs de kerkhofmuur, waar Pa Wardle ligt, zou snel te klein blijken en er kwam een groot New Military Cemetery, achter de school.
Ik vraag me af hoe het voor jullie moeder en voor jullie zelf moet zijn geweest om te vernemen dat jullie vader was gestorven door de... wind. De wind die op bepaalde dagen de rook van de staalfabrieken uit Leeds over jullie huis voerde en op andere dagen de frisse lucht van de Yorkshire Dales. Het kon wel eens kwalijk ruiken, maar dat de wind kon doden. Dat jullie vader was gestorven omdat de wind in de slechte richting blies en mensen met perverte geesten ervoor zorgden dat die wind een verstikkende dood aanvoerde. Hoe was het om dat te horen?
Hoe was de eerste verjaardag van de kleine Herbert, die 13de juli van 1915? Waar dacht je moeder aan toen Bertie diep adem haalde en het kaarsje uitblies?
"From his loving wife and children" staat er op het graf van jullie vader. Er zijn geen uniformen voorbij gemarcheerd vandaag. Geen vlaggen hebben gewapperd of hymnes weerklonken. De middagzon legde zijn zerk in een warme, oranje gloed. Er stond wel een verraderlijk, fijn windje. Ik ben hem gaan groeten, in jullie naam.

Wim

dinsdag 6 november 2012

DE KERK IS HET DORP

Eerwaarde heer Bonny,

Onder de niet bepaald goed bekkende titel "Een houtskoolvuur met vis erop en brood" hebt u een document geschreven waarin u, onder andere, pleit voor het fuseren van parochies tot, bijvoorbeeld, de grootte van de huidige gemeenten. In uw eigen kerkprovincie Antwerpen zou dat van 300 naar zo'n 70 parochies gaan.  Ook al had u dat niet bedoeld, denkt de modale burger die niet zo thuis is in de manier waarop kerk en staat zich tegenover elkaar verhouden in België, dat er dan meteen zo'n 230 kerken gesloten worden voor de eredienst. Zo ziet u dat niet. Een kerk is meer dan een huis waar op zondag mis wordt gehouden en één parochie hoeft zich niet te beperken tot het werk in één huis Gods.
Ik gebruik maar meteen die term die de katholieke kerk zo graag gebruikt voor een kerkgebouw: het huis van God. Dat neemt u ook zeer letterlijk: God woont in die kerken en eens over de meestal imposante, arduinen of marmeren dorpel betreed je gewijde grond. De kerkleiding en de kerkgemeenschap heeft het dus over veel meer dan die indrukwekkende bouwsels die doorgaans de skyline van een dorp of en stadswijk bepalen. Kerken zijn geen architecturale hoogstandjes of misplaatste getuigen van grootheidswaanzin, het zijn als het ware steen geworden veruitwendigingen van de aanwezigheid van God op aarde. Wie bij het lezen van (of eerder het horen waaien over) uw tekst zijn boontjes te week legt op die fantastische, steeds interessant gelegen, doorgaans goed onderhouden, openbare gebouwen om er weet ik wat nog al mee te doen, moet zijn enthousiasme dus nog wel even opbergen.
En toch, eerwaarde, heeft u ook mij aan het denken, het dromen gezet. Neem nu de Westhoek. Ik hoef u de regio niet te leren kennen, als Oostendenaar zal u wel ooit eens terecht gekomen zijn in de buurt, of beperkten de familie-uitstapjes zich tot het pretpark voor misdienaars Dadipark? Neem nu Poperinge: een stad van net geen 20.000 inwoners en liefst 11 parochiekerken op haar grondgebied. Ik wil geen wiskundige formuletjes opdissen om te bewijzen dat dat aan de hoge kant ligt voor het vermoedelijk aantal praktiserende gelovigen. Wiskunde is niet gemaakt om over emotie te redeneren. En het ligt natuurlijk erg emotioneel. De dorpskerk van Reningelst, waar ik ben gedoopt, vind ik een fantastisch gebouw en op welke hoogte ik ook mag staan in de omtrek, het zal altijd die toren zijn waar ik naar op zoek ga en het vinden ervan bezorgt me een warme gloed. De kerk van 't dorp, dat is ons dorp. Maar, eerwaarde, ik vind dat ik er zo weinig gebruik kan van maken. Ik heb namelijk niets meer met wat daar wordt verteld en beweerd, ook al besef ik dat we beter af waren als iedereen uit godsvrees het tweede gebod "Bemin uw naaste zoals uzelf"zou opvolgen. Het wereldlijke alternatief voor naastenliefde, solidariteit, blijkt in deze egoïstische tijden niet echt aan te slaan. U moet er de verkiezingsuitslagen maar eens op naslaan...
Maar goed, die dorpskerk, die niet alleen emotioneel van mij is, maar ook letterlijk want het is mijn belastingsgeld dat het gebouw recht houdt; die dorpskerk zou ik ook graag een beetje voor mij willen hebben. Maar dat ligt moeilijk, vanwege die gewijde grond. En ik weet dus niet hoelang dat nog vol te houden is, beste eerwaarde. In hartje Poperinge staan drie monumentale kerken, samen goed voor wel een hectare vloer en dan praat ik nog niet over de hoogte ervan. Ze staan centraal, strategisch en zijn alle drie beschermd. Dat betekent dat wij, de gemeenschap, ze sowieso moeten onderhouden. Ik hou mijn boontjes op 't droge maar ik heb al bijzonder leuke dingen zien gebeuren in ontwijde kerken: theater, concerten, in Maastricht is de mooiste boekhandel van ons taalgebied ondergebracht in een kerk en in Haarlem wordt zelfs bier gebrouwen in een kerk. Wou u er een eetfestijntje houden met visjes en brood, op houtskoolvuur?
Met eerbiedwaardige groeten,

Wim

dinsdag 16 oktober 2012

Lokaal werk op de plank!

Beste Tim Pauwels,

Ik vernam gisteren dat je de politieke journalistiek (tijdelijk) verlaat. Ik wens je 't beste in je nieuwe baan als deontoloog van de VRT. Het moet wel lukken dat ik je net niet zo erg wou feliciteren met wat dan blijkbaar je laatste journalistieke wapenfeit was: het kopstukkendebat van afgelopen zondag. Het klopt sowieso al niet zo'n debat, na gemeenteraadsverkiezingen, want er zijn een veelvoud van 589 kopstukken in evenveel Belgische gemeenten. Ja, ik zeg 't maar even dat het verkiezingen waren in heel België, een land dat tot nader orde nog even bestaat. Maar goed, ik wil nog aannemen dat zo'n debat erbij hoort na zo'n dag. Maar dat je dan na twee minuten al toelaat dat het eigenlijk alleen nog gaat over juni 2014 en de nationale verkiezingen die we dan te verwerken krijgen. Dat jij de heren kopstukken daarover niet op de vingers hebt getikt en ze opnieuw naar het lokale debat hebt gedreven,  neem ik je een beetje kwalijk. Trouwens, de hele VRT heeft deze lokale verkiezingen in zijn totaliteit veel te nationaal aangepakt, alsof ze waterdragers waren voor die partij die dat zo graag wou. Al wil ik je graag geloven als je oprecht beweert dat jij persoonlijk kleurloos bent.
Nochtans, beste Tim, je kent de Westhoek goed. Je bent er een regelmatige gast. Afgelopen zomer nog was je één van de allereerste gasten in onze Kinderbrouwerij in Reningelst, op zondag 1 juli, een beetje puffend van het fietsen, biologisch tuinsapje in de hand. Dus zou je verdomd goed moeten weten dat er werk op de plank is in al die lokale besturen. Dat het er echt wel om doet, heel lokaal, in al die gemeenten. En dat dat helemaal niet stilvalt in juni 2014. Dat er werk genoeg is om door te gaan tot 2018. We hebben in de Westhoek een Frans-Belgische grens waarvan we in 2013 de 300ste verjaardag herdenken. Er is een Wereldoorlog waarvan we de 100ste verjaardag herdenken, tot in 2018! Maar het gaat om veel meer dan die dingen waarover we tot in Brussel willen roepen. Er moet hier ook gewoon plaats zijn voor onze kinderen om te spelen, om school te lopen, om voor en na school opgevangen te worden, om veilig te fietsen. En hun ouders willen graag in de streek werken en zich ontspannen, in sportzalen en culturele centra, in parken en bossen. Ze willen naar winkels rijden en er parkeren. Ze willen open weilanden en akkers. En hun grootouders willen liefst in hun huisje blijven wonen, met thuisverpleging en een taxidienst om ook nog eens door die winkel te kunnen lopen, schuifelend met de rolator. Of als 't niet meer lukt, willen ze een bed in een rusthuis, met zicht op de kerktoren van het dorp waar ze zijn geboren, waar ze hun kinderen hebben zien opgroeien. Ze willen hun kleinkinderen voor het raam zien passeren onderweg naar school. Zie je, Tim, dat zijn dingen waar die lokale politici allemaal mee bezig zijn, moeten zijn of zo niet dan worden ze er wel constant op aangesproken. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat die kopstukken daar niet bepaald van wakker lagen. Ze gaven mij de kwalijke indruk dat politici op de avond van de verkiezingen zich vooral zorgen maken over de volgende verkiezingen. En geloof me, lokale politici zitten niet zo in mekaar. Want zij moeten elke dag weer de straat op, onderweg naar hun gewone werk. Geen kans om wereldvreemd te worden!
Kijk, beste Tim Pauwels, dat had je ook wel eens mogen zeggen op je laatste werkdag als politiek journalist. Maar deontologisch zou dat niet helemaal koosjer zijn geweest, zeker?
Beste groeten uit Reningelst en altijd welkom voor een tuinsapje of een lokaal biertje,
Wim

dinsdag 9 oktober 2012

Stemplicht

Beste Lezer,

Ik ben nu in de eerste plaats een brief aan jou verschuldigd want sinds 11 september (hoe dwaas kan je zijn om precies dan te schrijven?) heb ik niets meer van me laten horen. Ik heb schoon schrijven over die rustige Westhoek en dat trage ritme dat we er hier op na houden. Niks van, ik hol mezelf achterna! Gek genoeg dikwijls ook om dingen te realiseren waardoor mensen precies wél zouden kunnen genieten van die Westhoek zoals ik hem graag heb, zoals ik hem beleef, zoals de Westhoek en bij uitbreiding de hele wereld er op zijn mooist op staat. Ik wil dat ze muziek horen of zelf spelen, dat ze goed theater te zien krijgen, dat ze creatief bezig kunnen zijn, dat ze ook in hun glas en op hun bord van de authenticiteit van de Westhoek kunnen genieten, dat ze verrassende plekken ontdekken, dat ze die verdomde oorlog hier weervinden en vertrekken met een krop in de keel. Al die dingen. Daar ben ik mee begaan. En dat kost tijd, in mijn betaalde baan, in mijn artistieke bezigheden,  in mijn engagement in de Westhoek. Het is de paradox van de actieve mens. De sterrenchef die haastig een croque achter de kiezen duwt, de onderwijzer die geen tijd heeft om zelf nog bij te leren, de schrijver die niet meer aan lezen toe komt...
Of zouden het die verkiezingen van zondag zijn die mij een schrijfkramp bezorgen? Ik behoed mij om me in het debat te mengen, tenzij ik het mag modereren natuurlijk... Ik ben niet vies van politiek. Wie een beetje actief is, doet altijd aan politiek. In wat je doet breng je mensen samen of je scheidt ze van elkaar. Je spant ze voor een maatschappelijke kar, je getuigt hen of overtuigt ze van je maatschappelijke visie, je maakt zelfs economische en ecologische keuzes. Je doet aan politiek, ook al is dat geen partijpolitiek. Het is op eieren lopen dezer dagen want de politiek die je in je leven voert, heeft dikwijls meer dan één partijkleur. Nu ook weer geen zeven. En al helemaal niet die... Ik bewonder ze, de mannen en vrouwen die de voorbije maanden hun nek hebben uitgestoken om kleur te bekennen en zich hebben geëngageerd om één bepaalde politieke, nee, partijpolitieke visie uit te dragen. Het dingen naar die stem is altijd wat sneu. Het heeft iets zieligs maar ik voel veel mededogen voor hen. Mijn baan is altijd het perfecte alibi geweest om niet in de partijpolitiek te stappen maar daarzonder zou ik misschien ook wel laf genoeg geweest zijn om het niet te doen. Om aan de wal te blijven roepen dat het schip stuurloos rondzwalpt. Nee, ik heb met ze te doen en ik bewonder ze mateloos. Aan mijn stemplicht voldoen is, is de enige dienst die ik hen kan bewijzen.
En dan stem ik voor wat traagheid, voor tijd om wat te genieten van die Westhoek van ons en voor wie die graag wil delen met andere mensen. 25 moeten we er vinden in Poperinge. Dat moet toch mogelijk zijn... Misschien moet ik hen dan maar een brief schrijven, na zondag.
Wim

dinsdag 11 september 2012

Zoektocht naar een vorig leven

Beste Bram,

Ik schrijf je een paar dagen later dan voorzien maar het is altijd zo druk hier, ja, ook hier in de Westhoek. Acht jaar al... Ik schrik me rot, acht jaar al sinds je daar in Italië het leven liet. "Het" leven zeg ik maar jij dacht eerder "dit" leven want je wist dat je er nog een paar te goed had, zoals je ook wist welk je voor dit leven had geleid.
Ik was erbij toen je voor 't allereerst "vreemde gewaarwordingen" had gekregen in de frontstreek, hier, rond Ieper. Ik werkte voor de radio en kwam een reportage maken over jou terwijl je bezig was met het draaien van de televisiedocumentaire "Duizend Bommen en Granaten". We hadden afgesproken bij het graf van John Condon in Poelkapelle en later die avond in Ieper. Toen vertelde je dat bizarre verhaal dat je, na ons gesprek, daar op die begraafplaats in Poelkapelle, in slaap was gevallen. Jij niet alleen maar de hele televisieploeg en dat jullie pas een uur of meer later opnieuw wakker werden en dachten dat er nauwelijks vijf minuten waren voorbij gegaan. De lage avondzon sprak dat tegen. Rare jongens, die Nederlanders, dacht ik toen. Het was 1990.
Zes jaar later. Broer Piet en ik hebben een brievenboek afgewerkt over de dichters die in de Ypres Salient streden en erover schreven. Het lijkt onwaarschijnlijk nu, maar zelfs de Britse War Poets waren toen nauwelijks bekend in Vlaanderen. Alleen het gedicht "In Flanders Fields" van John Mc Crae kende iedereen, van buiten. Ik had via de radio contact met je gehouden. Het waren jouw gloriedagen in Vlaanderen met twee fantastische CD's: "Vriend en Vijand" en "Achter mijn ogen". Ik draaide ze grijs in mijn programma's en je was vaak live te gast. Het leek me een aardig idee om jou te vragen om ons boek in te leiden, al was ik niet zeker of je nog wel in die Groote Oorlog geïnteresseerd was gebleven. Het is daar, die bloedhete avond in augustus van 1996, op de trappen van het kasteel van Zonnebeke, dat jij voor het eerst iets heel vreemd verkondigde. Het boek was mooi en interessant maar "ik hoef het niet te lezen", zei je, "mij hoef je die vreselijke dingen niet te vertellen, want ik was erbij..." Ik zag vreemde blikken in het publiek en de reacties op jouw rede waren eerder gekenmerkt door verwarring dan door herkenning, laat staan erkenning.
Je zoektocht naar dat vorige leven heeft je niet meer losgelaten en het beeld werd steeds scherper, de meewarige blikken en handgebaren ("zot!") steeds luider en heftiger. Je bleek een Waalse officier te zijn geweest in het Belgische leger. Ik wist eerlijk gezegd ook niet wat ik ermee moest maar je vertelde het met verve en je schreef er prachtige liederen over voor je album "Oorlog aan de oorlog".
Vlaanderen omarmde je, terwijl je in Nederland toch vaak de mindere, soms zelf mislukte helft van "Neerlands Hoop" zou blijven. En toch zal jouw liefde voor de Westhoek en de bezetenheid waarmee je schreef, filmde en zong over de Eerste Wereldoorlog, er niet helemaal vreemd aan zijn dat het leger Nederlanders dat tegenwoordig elk jaar naar Ieper komt, in 15 jaar tijd tig, zoals Nederlanders dat zeggen, tig keer groter is geworden. Heeft iemand je daar ooit voor bedankt, Bram? Of bleven ze je toch maar een rare Hollander vinden, met een veel te grote bek en een te luide lach? Die lach van je, Bram, ik kan hem zo weer oproepen. En hij zat nog in mijn oren van op het festival in Dranouter, toen dat onwaarschijnlijke bericht kwam. Uit Italië, 4 september 2004.
Maar weet je, met al jouw bizarre verhalen over reïncarnatie, heb ik soms ook gewoon het gevoel dat je er nog bent. Je bent erbij, Bram. Wanneer drinken we nog es wat en lachen we wat af?

Wim

donderdag 30 augustus 2012

DE TRADITIE VAN MONDGYMNASTIEK

Geachte Gerard Vermeersch,

"Avelgem, djudedju..." Dat zeggen mensen altijd als uw naam valt. Ik durf u niet te tutoyeren, daarvoor was u misschien te zeer van een andere generatie. Van 1923, dat is maar drie jaar jonger dan mijn vader maar u bent wel meer dan 25 jaar vroeger gestorven. Ik heb u één keer live meegemaakt, in de patronagezaal van Reningelst. Dat was toen nog een bescheiden cultuurtempeltje waar het plaatselijke Davidsfonds Heuvelland (jawel, Heuvelland...) kleine iconen van het Vlaamse theater en de kleinkunst naartoe haalde. Jan de Wilde, Miek & Roel, Hugo Raspoet, Theater Ivonne Lex, Het Reizend Volkstheater, noem ze, de coryfeeën van toen en ze hebben er gestaan, in die patronage. En dus ook u, meneer Vermeersch. U was éénoog in het land der blinden, als conférencier/cabaretier had u geen concurrentie in Vlaanderen en dus heetten uw collega's Toon Hermans of Wim Sonneveld. U had de mosterd ook daar gehaald. U vertelde nog een goed verhaal, u werkte nog aan de ontwikkeling van een sketch, met verrassende wendingen en een échte pointe. Dat is wat anders dan die stand-up comedians die menen al grappig te zijn bij het uitstoten van de naam van een politicus of een lid van de koninklijke familie. Of die hufterige oneliners aan elkaar rijgen zonder ook maar één moment de indruk te wekken dat ze een "programma" hebben. Ze trekken een blik grappen (bemerk de cursieve druk) open en als de klok te traag voorbij tikt, trekken ze een tweede blik open, met een iets meer belegen inhoud maar whatthefuck... Respect tonen voor je publiek hoort niet bij een stand-upper, toch? Maar pas op, het begint te dagen en de vakmannen snappen ondertussen dat het "wat meer mag zijn". Wim Helzen krijgt dan toch nog gezelschap in Vlaanderen.
Maar, ik schrijf u eigenlijk helemaal niet om, via u, de hedendaagse Vlaamse grappenmakers neer te sabelen, meneer Vermeersch. Ik schrijf u omdat straks op 1 september het schooljaar opnieuw begint, ook voor mij als directeur van de Kunstacademie. Ik ben daar, onder andere, directeur van de woordafdeling. Terwijl ik, als kind en tiener, nooit zelf naar de academie ben geweest! Wat een blasfemie, zal u zeggen. Wel nee, meneer Vermeersch, want u startte zelf een traditie in de colleges van Ieper en Poperinge waarbij er een belangrijke plaats op het uurrooster was weggelegd voor het vak "dictie". Die traditie werd ook na uw vertrek en later uw dood, in die colleges voortgezet. In die zin had ik deze brief ook kunnen openen met "Beste Roger en Jacques", ja kijk, die mensen durven ik dan toch, zij het met enige schroom, tutoyeren. Zij bezorgden mij hét lesuur om naar uit te kijken. Ze ramden de vette "e", "i" en "u" uit ons gehemelte, gaven ons tongbrekers als mondgymnastiek maar maakten ons vooral ook vertrouwd met lichtvoetige poëzie en flarden toneel, waar je volop spelplezier aan kon beleven. Ziet u, meneer Vermeersch (en Roger en Jacques), zo maakten jullie zo'n afdeling Woord aan een Muziekschool, quasi overbodig. En al helemaal voor jongetjes van "de buiten", zoals ik er een was. Dat is een pluim voor u en uw volgelingen maar het zegt natuurlijk ook veel over de tijdsgeest en het belang dat men toen nog hechtte aan de totale ontwikkeling van de mens. De homo moest niet alleen sapiens zijn, hij mocht ook ludens zijn, smaak hebben, engagement tonen, een geweten hebben en van  alle markten (een beetje) thuis zijn.
Sinds de economie het onderwijs dicteert en de grabbelcultuur hoogtij viert, is uw soort, meneer Vermeersch, quantité négligable geworden en kan alleen de afgebladderde verf aan de muren van de patronagezaaltjes overal ten lande nog vertellen over die tijd dat het volk nog naar 't theater geschopt werd. In zo'n tijden is de Kunstacademie waar straks een nieuw schooljaar begint, onontbeerlijk, haast levensnoodzakelijk geworden. Waar anders wordt "schoonheid" nog een beetje ernstig genomen?
Bedankt meneer Vermeersch en mocht het u van dienst zijn, de Kwaremont is weer dicht,
Wim

vrijdag 3 augustus 2012

SPOTS OFF WEST

Beste Frank en maten van Open Doek,

Ja, 't was een beetje een cultuurschok toen ik van bij jullie op Spots op West diezelfde zondag nog vertrok naar de Provence. De volgende middag liepen we door Avignon door een woud van affiches voor theatervoorstellingen, geplakt op karton en gebonden rond hekken, lantaarnpalen, brugrelingen, verkeersborden tot standbeelden en levende mensen toe. Ik kwam van een theaterfestival en ging naar volgend. Kleiner kon de overgang niet zijn? Nee, groter kan je je ze niet indenken. Jullie gingen er prat op dat je op vier dagen tijd meer dan 100 voorstellingen kon aanbieden. Weet je dat dat er een pak meer zijn dan op het festival van Avignon? 't Is te zeggen op het officiële festival. Dat festival waarvoor je, vermoed ik, achterpoortjes moet kennen om er kaartjes voor te bemachtigen. Wij slaagden er alvast niet in, ook niet op de eerste dag van de ticketverkoop... Maar het is niet dàt festival waarmee de bezoeker in Avignon wordt geconfronteerd. Wat zeg ik: geconfronteerd? Waarmee ze je om de oren slaan, dat je in je gezicht krijgt geslingerd. Nee, dat is het Off-festival. Het niet-officiële festival waar theatergezelschappen van over heel de wereld een plaatsje hebben bemachtigd in één van de meer dan honderd theaters, al of niet geïmproviseerd in een loods of gewoon in een binnentuin. Op Aviginon Off staan per dag soms meer dan DUIZEND voorstellingen geprogrammeerd. Echt waar. Op 11 juli: 1019 spectacles, op 19 juli 1035 en op 21 juli liefst 1038 spectacles. Er zijn ook zwakke dagen met maar 931 voorstellingen, op 23 juli... Ik wil maar zeggen, de proporties van dat festival van Aviginon, dat kan een mens zich niet voorstellen. Op die bewuste 21ste juli begint de eerste voorstelling dan ook al om 9u20 en om middernacht starten nog 3 zogenaamde spectacles... In 't Totaal werden zo'n 50.000 tickets verkocht.
Waarom schrijf ik je dit allemaal, Frank? Om "Spots op West" belachelijk te maken? Belange niet. Want, als het een troost mag wezen: we hebben fantastisch prachtige dingen gezien in Avignon maar ook héél erg zwakke voorstellingen, van dat Frans geleuter, intellectuele worstendraaierij, tètètè en blablabla maar waar gaat het over? Ken je 't? En dan zijn we nog niet eens naar één van die honderd voorstellingen gaan kijken die de Franse evenknie van "Tante Jutta uit Calcutta" zijn, Franse flutcomedies van treize in een douzaine.  Wat dat betreft heb ik de indruk dat je je op "Spots op West" veel minder kan mispakken aan een voorstelling. Jullie kwaliteit ligt, voor zover ik dat kan inschatten, vrij hoog. Maar wat ik wél mis bij jullie is het festivalgevoel en het engagement van de groepen. Je kan in het tweede weekend van juli door Westouter rijden en, als je niet écht goed kijkt, niet weten dat er een festival aan de gang is. En dan is er dat engagement van de groepen. In Avignon word je om de meter van zodra je binnen de stadsmuren bent, aangeklampt door flyeraars, straatkunstenaars en hele gezelschappen die een soort "trailers" voor hun voorstelling spelen om je toch maar in hun zaal te krijgen. De reden daartoe is simpel: elk gezelschap in heel West-Europa wil dolgraag op Avignon staan, dit jaar en liefst opnieuw volgend jaar. Maar wie voor een lege zaal speelt, mag een uitnodiging voor volgend jaar wel vergeten. En dat is wat Avignon Avignon maakt, dat bijna gênante maar dan ook weer ontroerende  dingen naar de gunst van het publiek. Wie in Westouter speelt, doet dat allicht ook liever voor een volle zaal maar het zal hem, haar of hen in feite worst wezen of de keet draait of niet. Ik weet wel dat er een artistiek eergevoel is dat sterk meespeelt, maar dat bijna noodgedwongen engagement is er niet. Misschien moeten jullie wel, zoals Avignon, een piepklein officieel "Spots op West" programmeren en een groots "Spots Off West" in het leven roepen. Just for the fun!
Ik wens jullie alvast een boeiend toneelseizoen toe,

Wim